Commissie ‘Monumenten & Landschappen’

Verslag van de commissie ‘Monumenten & Landschappen’

Eigen kind, schoon kind, maar er is méér

Dat men in Vorselaar fier is op het kasteel en het bijbehorend domein, daar is niets mis mee. Is dat chauvinisme? We laten een expert getuigen: zij zien dagdagelijks historisch erfgoed en kijken met een wetenschappelijk-neutrale bril naar cultuur en natuur.

Brief van Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (Jelena de Belder – Kovacic) aan de Provincie Antwerpen d.d.° 9 april 1975

Het nabijliggend landschap van het Kasteel van Vorselaar ligt op 90 hectaren en is esthetisch gezien een waardevol bezit en het is wenselijk dat het bewaard blijft.

Bovengemeld landschap bestaat grotendeels uit bosbouwkundig beheerde bossen, oudere aanplantingen van Pinus Sylvestris (Noorse den) en jongere Pinus Nigra Corsicana (Groffe den) (ab. 1934) en Japanse lork: Larix Leptolepis.

De actuele tendentie in bosbouw in de Kempen is meer en meer Pinus Nigra te planten, daar de groei beter geschiedt dan met de Pinus Sylvestris. Het is aan te nemen dat in de toekomst de meeste percelen met Pinus Sylvestris zullen verdwijnen en vervangen worden door percelen met Pinus Nigra. Op esthetisch en biologisch vlak is dit een negatieve evolutie. Naar mijn mening kan men echter niet verlangen dat de eigenaar, waarvan bosbouw de voornaamste bron van inkomen is, zijn bossen niet bosbouwkundig beheert. Het aspect van dit rijk bosgebied is echter niet eentonig.

De vorige en de huidige eigenaars toonden een grote liefde en respect voor al de bomen van de streek en ook afwisseling in het bos.

Het terrein bestaat meestal uit vlak land met enkele uitzonderingen van zandduinen beplant met Pinus Sylvestris en Rhododendrons sinds het einde van de vorige (19°) eeuw. Het goed heeft 1,5 hectare water rond het kasteel (wallen), grachten, waterlopen en twee visvijvers, alsook een hexagonale (zeshoekige) bosvijver in het vochtigste gedeelte van het bos.

Rond het kasteel werd op het einde van de vorige (19de) eeuw een dubbele rij inlandse eiken vervangen door rode beuken (Fagus Sylvatica Atropurpurea) geplant tussen 1890 en 1895.

Er staan voorname dreven waarvan de twee merkwaardigste zijn :

  • De dreef van de kerk tot het kasteel 1,200 meter lang. Deze dubbele dreef bestaat uit in het begin Tilia (linden) en buitendreef Fagus (beuk) en dan beuken. De linden blijven in de groei achter de beuken en de groei ervan is door het beperkte licht gehinderd. In de toekomst zal men rekening moeten houden met het verdwijnen van de binnendreef.
  • De Hoevedreef die +/- 900 meter lang is en dubbel beplant met beuk (Fagus Sylvatica). Verschillende exemplaren zijn +/- 150 jaar oud.

Zonder de aanwezigheid van exotische bomen is heel het bospark zeer aantrekkelijk door het bestaan van losse groepen inheemse bomen, reuze exemplaren eiken, linden en beuken.

De grootste rode beuk heeft een omtrekt van 3,70 meter. Heel voornaam is de driehoek beplant met oeroude Pinus Sylvestris van 2 meter tot 2,50 meter omvang. Twee taxodium, moerascipressen, zijn ook merkwaardig. De grootste heeft een omvang van 3,50 meter en werd geplant in 1850.

Onder de loofbomen is de rijke onderbegroeing  ook merkwaardig : Azalea Lutea, Rhododendron Ponticum, Coriculus Avelana of hazelnoot, Waccinium myrtilus of bosbes, enzovoort.

Heel het landboed en ook al de oude bomen zijn goed verzorgd en in een zeer merkwaardige gezondheidstoestand.